U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Tijdsvorm van de Grondtekst

Mattheus 16: 19 Ik zal jou de sleutels geven van het Koninkrijk van de hemelen, en wat je op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat je op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen.

Mattheus 18: 18 Voorwaar, Ik zeg jullie,
al wat jullie op aarde binden, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat jullie op aarde ontbinden, zal ontbonden zijn in de hemel.

Het gebruik van de sleutels van het Koninkrijk had alles te maken met het binden en ontbinden. We hebben al gezien dat Petrus niet, zoals met name de Katholieke kerk aanneemt, een vooraanstaande plek in het gebruik van deze sleutels innam. Hij was in dit verband één van de dienaren van het Nieuwe Verbond.

Voordat we gaan uitzoeken wat er nou precies verstaan moet worden onder die sleutels van het Koninkrijk van de hemelen en daaraan verbonden het binden en ontbinden, gaan we eerst in op de aparte tijdsvorm die hier in beide Bijbelgedeeltes gebruikt wordt.

Wanneer we eenmaal doorhebben welke tijdsvorm hier gebruikt wordt ontdekken we gelijk dat er hier niet een bepaald gezag of autoriteit in de handen van Petrus en de andere dienaren van het Nieuwe Verbond wordt gelegd. Het is dus van zeer praktisch belang om eerst die tijdsvorm goed door te hebben.

Als we de simpele tijdsvorm van de Nederlandse tekst in Mattheus 16: 19 bekijken krijgen we zonder meer de indruk dat er aan Petrus een bepaald gezag verleend wordt om iets hier op aarde te doen, waar daarna zelfs God in de hemel zich onder moet buigen. Dat gezag lijkt vervolgens in de Nederlandse tekst van Mattheus 18: 18-20 verder uitgebreid te worden naar alle dienaren van het Nieuwe Verbond.
Deze foutieve conclusie ligt in de tijdsvorm van de grondtekst die simpelweg niet prettig lopend naar het Nederlands is over te zetten.

Stap voor stap zal ik proberen jullie mee te nemen in een zo consequent mogelijke weergave van de Griekse grondtekst van het belangrijkste stukje van Mattheus 16: 19 in het Nederlands. In onze NBG vertaling staat daar: ‘wat je op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat je op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen.’

Als we de grondtekst volgen krijgen we ongeveer dit:
‘wat je zou moeten binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn geweest, en wat je zou moeten loslaten op de aarde, zal losgelaten zijn geweest in de hemelen.’

Wat hier aan Petrus wordt voorgesteld is dat hij hier op aarde iets zal gaan doen, dat slechts een bevestiging zal zijn van iets wat in de hemelen reeds voltrokken is. Precies hetzelfde kom je tegen in de verdere uitbreiding van deze opdracht in Mattheus 18: 18. Ook hier pik ik weer alleen het meest elementaire deel in de NBG vertaling: ‘wat jullie op aarde binden, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat jullie op aarde ontbinden, zal ontbonden zijn in de hemel.’

Bij het volgen van de grondtekst krijgen we hier het volgende:
‘wat je zou moeten binden op de aarde, zal in de hemel gebonden zijn geweest, en wat je zou moeten loslaten op de aarde, zal losgelaten zijn geweest in de hemel.’
De tekst is vrijwel identiek aan de uitspraak tot Petrus.

Nu we toch met de grondtekst bezig zijn, pakken we gelijk de paralleltekst uit Johannes erbij. In het volgend artikel, als we op de inhoud van deze opdracht ingaan, geven we wel aan waarom deze tekst erbij hoort.
Johannes 20: 23 Wie jullie hun zonden kwijtschelden, die zijn ze kwijtgescholden; wie jullie ze toerekenen, die zijn ze toegerekend.

Als we hier de grondtekst van volgen komen we op het volgende:
Bij wie jullie de zonden mogen gaan loslaten, zij zijn reeds losgelaten geworden, bij wie jullie de zonden mogen gaan vastzetten, ze zijn reeds vastgezet geworden.

De dienaren van het Nieuwe Verbond gingen dus iets doen wat al reeds in de hemelen een feit was. In het volgend artikel gaan we ontdekken wat dat is. Dan ontdekken we ook de relatie met de uitspraak in Johannes.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende