U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Gemeente IsraŽl

Mattheus 16: 18 Ik zeg je, dat jij Petrus bent, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen.

In het vorige artikel ben ik uitgebreid ingegaan op het Griekse woord ‘ekklesia’, dat hier vertaald is met ‘gemeente’. Bij de rede van Stefanus waren we er al achter gekomen dat dit woord in de regel verstaan werd als het volk Israël. Daar zou ik dit keer wat dieper op ingaan.

We moeten goed beseffen welke voorstelling Jezus zelf had en natuurlijk ook Zijn toehoorders hadden toen Hij over Zijn gemeente sprak. Er is hier nog geen enkele aanleiding om een breuk met het volk Israël te veronderstellen. Zijn gemeente kan dan ook niets anders zijn dan een gemeenschap binnen Israël dat feitelijk geheel Israël vertegenwoordigt en die er ook op uit is om geheel Israël voor de Heer Jezus te winnen. Zij zien in Hem de Messias van Israël.

Elke Jood was vertrouwd met de uitdrukking ‘gemeente’, maar dan wel uitsluitend in relatie tot het eigen volk Israël. De Griekse vertaling van het Oude Testament was de Septuagint. De Joden waren hier heel erg mee vertrouwd en de Heer zowel als de apostelen maakten gebruik van deze vertaling.

In de Septuagint komt het woord ‘ekklesia’ 96 maal voor. In de meeste gevallen is het een weergave van het Hebreeuwse woord ‘qahal’, dat ook de betekenis van ‘vergadering’ heeft. Hier volgen enkele voorbeelden:
1 Koningen 8: 22 Daarop ging Salomo voor het altaar van Yahweh staan ten aanschouwen van de hele gemeente van Israël,
1 Koningen 8: 65 Toen vierde koning Salomo het feest, en
heel Israël met hem, een grote gemeente,
I Kronieken 13: 2 Hij
[David] zei tot de hele gemeente van Israël:
Micha 2: 5 Daarom zal je niemand hebben, die volgens het lot het meetsnoer uitwerpt in
de gemeente van Yahweh.

In de Psalmen wordt nog altijd gesproken over deze gemeente van Israël.
Psalm 22: 22 Ik zal uw naam aan mijn broeders verkondigen, in het midden van de gemeente zal ik U lofzingen.
Als in het Nieuwe Testament dit vers geciteerd wordt is aan de inhoud van die gemeente op zich nog altijd niets veranderd.
Hebreeën 2: 12 en Hij zegt: Uw naam zal ik aan mijn broeders verkondigen, in het midden van de gemeente zal ik U lofzingen;

Als de Heer nu hier tegenover Petrus en de overige elf discipelen spreekt over Zijn gemeente, wat begrepen zij dan dat Hij bedoelde? De enige manier waarop zij het hadden kunnen begrijpen was de manier waarop deze uitdrukking altijd al in het Woord van God gehanteerd werd.

Als Christus hier ook maar enigszins gezinspeeld zou hebben op de gemeente, het Lichaam van Christus, dan hadden Petrus en de elven precies dezelfde openbaring moeten ontvangen die later aan Paulus getoond is. Op dat moment was die gemeente waar wij nu toe behoren nog volledig verborgen met Christus in God.
Efeze 3: 5 dat ten tijde van vroegere geslachten niet bekend is geworden aan de kinderen van de mensen, zoals het nu door de Geest geopenbaard is.
Colosse 1: 26 dat eeuwen en geslachten lang verborgen is geweest, maar thans geopenbaard.

Er is in de Bijbel geen enkele aanwijzing dat Petrus en de andere discipelen zo’n soort speciale openbaring ontvangen hebben. Ook als we Petrus brieven bestuderen ontdekken we nergens iets over het Lichaam van Christus of het geheimenis. Dat had geen enkel raakvlak met de dienst van Petrus.

De gemeente die hier in relatie staat met het binden en ontbinden heeft dus concreet nog alle raakvlakken met het volk Israël.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende