U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Inleiding

Mattheus 16: 18-19 Ik zeg je, dat jij Petrus bent, en op deze petra zal Ik mijn gemeente bouwen en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen. Ik zal jou de sleutels geven van het Koninkrijk van de hemelen, en wat je op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat je op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen.

Mattheus 18: 18-20 Voorwaar, Ik zeg jullie,
al wat jullie op aarde binden, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat jullie op aarde ontbinden, zal ontbonden zijn in de hemel. Wederom, voorwaar Ik zeg u, dat, als twee van u op de aarde iets eenparig zullen begeren, het hun zal ten deel vallen van mijn Vader, die in de hemelen is. Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden.

Ik heb al zeer veel geschreven over het beoordelen en veroordelen van elkaar. Daar waar genade heerst heeft beoordeling en zeker veroordeling geen enkele plek.

Volkomen haaks op die lijn van Bijbelse genade staat de kerkelijke tucht die bepaalde gelovigen denken te kunnen destilleren uit Christus spreken over het binden en ontbinden in de twee bovenstaande Bijbelgedeelten.

Wat is dit binden en ontbinden? Welke relatie hebben deze uitspraken van de Heer met de gelovigen in de tegenwoordige huishouding van genade? Is de gemeente die hier vermeld wordt dezelfde als waar wij tegenwoordig deel van uitmaken?

Het is opvallend dat vrijwel elke uiterlijke denominatie binnen de christenheid haar wortels denkt te hebben in minsten één van deze twee Bijbelgedeelten.

De Rooms Katholieke kerk beroept zich met name op het eerste gedeelte. Zij wijst op Petrus als de eerste Paus en gelooft dat hem de sleutels van kerkelijke tucht zijn overhandigd. Het is dan ook de geestelijke leiding in de Katholieke kerk die dit gezag denkt te hebben overgeërfd.

Ik heb zelf achttien jaar in de Gesloten Vergadering vertoefd. Daar was het tweede gedeelte de basis van hun samenkomen. Het was met name het laatste vers waar zij hun eigen geestelijk gezag tot tucht uit putten: ‘Want waar twee of drie vergaderd zijn in mijn naam, daar ben Ik in hun midden.’
Met de toevoeging ‘daar ben Ik in hun midden.’ Verbindt de Heer volgens hun uitleg Zijn gezag aan hun samenkomen. De consequentie daarvan is dat als deze twee of drie iemand tot de vergadering toelaten, volgen hen de Heer daar Zijn goedkeuring op drukt. Als die twee of drie iemand echten uitsloten buiten de vergadering, dan had volgens hun leer de Heer hen daarmee buitengesloten.

U begrijpt dat dit met het inzicht dat ik tegenwoordig heb in het karakter van God, dit standpunt niet anders is dan een enorme klap in het gezicht van God. Een God van alle genade die niemand uitsluit, ,maar die Zich dan nu op grond van zo’n verwrongen uitleg van de Bijbel moet onderwerpen aan een simpele menselijke veroordeling. Zo’n hele lijn van denken is op zich al zo tot oneer van God.

De hele gedachte van kerkelijke tucht, gebaseerd op deze uitdrukking ‘binden & ontbinden’ deugt van geen kant. Maar wat wordt hier wel bedoeld? Op welke gemeente zijn deze uitspraken van toepassing? Op deze en eruit voortkomende vragen willen we in deze serie antwoorden in de Bijbel zelf terugvinden.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende