U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Gebruik van 'zien' in het Nieuwe Testament

Mattheus 2: 16 Toen Herodes zag,

Twintig Griekse Woorden
Wij hebben in het Nederlands voor veel verscheidenheid aan betekenissen telkens hetzelfde woord ‘zien’. Dit toont feitelijk de armoede van ons Nederlands. In het Grieks, waar het Nieuwe Verbond in geschreven staat, zijn er zeker zo’n twintig verschillende woorden voor ons Nederlandse woordje ‘zien’. Ik zet ze hier netjes gerangschikt onder elkaar.

1/ Eidon
Nederlands: ‘Zien’. Hieronder moeten we echter niet de enkele daad van het kijken verstaan. Het draait hier om de feitelijke waarneming en het inzicht van de zaak.
Een voorbeeld:
Mattheus 2: 16 Toen Herodes zag, dat hij door de wijzen misleid was,
2/ Idou
Nederlands: ‘Zie!’ Het is de gebiedende wijs van het eerste woord ‘eidon’. We komen deze oproep in de Bijbel telkens weer tegen. Vaak valt er dan letterlijk niets te zien. Wel worden we dan oproepen om ergens, buiten jezelf, speciaal veel aandacht voor te hebben opdat we het doorgronden kunnen.
Een voorbeeld:
Mattheus 1: 23 Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren,
3/ Ide
Nederlands: ‘Zie!’ Ook dit is een gebiedende wijs van het eerste woord ‘eidon’. Nu is het echter niet zozeer buiten jezelf. Het is een oproep om attent te zijn op een gebeurtenis die plaatsvindt.
Een voorbeeld:
Mattheus 25: 22 Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd; zie, ik heb er twee talenten bij verdiend.
4/ Oida
Nederlands: ‘Zien’ en ‘Weten’. Het is het intuïtief doorzien van zaken zonder enige inspanning of ervaring. Het is het doorhebben van bepaalde zaken.
Dit woord ‘zien’ heeft dezelfde emotionele lading als het Griekse woordje ‘ginosko’, wat ook het ‘weten’ is, dat uit openbaring voortkomt. Dus niet de logische wetenschap.
Een voorbeeld met beide woorden:
Johannes 13: 7 Wat Ik doe, zie [oida] jij nu niet, maar jij zal het later verstaan [ginosko].
5/ Blepo
Nederlands: ‘Zien’. Dit is het vermogen om te zien, zoals een toeschouwer die het aanschouwde sterk in zich opneemt. Het is de daad van het nauwkeurig kijken, ook als er nauwelijks iets te zien valt. Het is het accuraat observeren met een verlangen of hunkering. Het is dan ook meer dan ‘horao’, dat straks als nummer 8 aan de beurt is.
Een voorbeeld:
Mattheus 5: 28 Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren,
6/ Anablepo
Nederlands: ‘Zien’. Dit is ‘blepo’ (het vorige woord nummer 5) met het voorvoegsel ‘ana’, dat ‘omhoog’ of ‘van boven’ betekent. Het mooiste is als de Messias blinden laat zien. Dan staat er feitelijk dat zij gaan ‘zien van boven’.
Een voorbeeld:
Mattheus 11: 5 blinden worden ziende.
7/ Emblepo
Nederlands: ‘Aanzien’. Dit is opnieuw ‘blepo’ (nummer 5) met het voorvoegsel ‘en’. Dat voorvoegsel betekent ‘rusten in’. Hier is dus sprake van iemand strak aankijken. Het is dus het zien in de betekenis van een onderzoek.
Een voorbeeld:
Mattheus 19: 26 Jezus zag hen aan.
8/ Horao
Nederlands: ‘Toezien’. Dit is het feitelijk lichamelijk zien met de ogen, maar daarbij telt de gedachte die men vormt over het waargenomen voorwerp ook mee. Het verschil met het vijfde woord is dat een emotie als verlangen en hunkering hierin niet meespeelt. Het verschil met het eerste woord is dat daar de gedachte over een zaak meespeelt en hier de gedachte over een voorwerp.
Een voorbeeld:
Mattheus 16: 6 Ziet toe en wacht u voor de zuurdesem der Farizeeën en Sadduceeën.
9/ Opsomai
Nederlands: ‘Zien’. Dit zou je de toekomstige vorm van het voorgaande woord (horao) kunnen noemen. Dit werkwoord heeft zowel betrekking op het voorwerp dat voor het oog gepresenteerd wordt als op de persoon die de waarneming doet. Wat de waarnemer betreft gaat het erom dat hij het voorwerp dat gepresenteerd wordt werkelijk doorziet.
Een voorbeeld:
Mattheus 5: 8 Zalig de reinen van hart, want zij zullen God zien.
10/ Aphorao
Nederlands: ‘Zien’. Dit is feitelijk weer het achtste werkwoord (horao) met daarbij het voorvoegsel ‘apo’. Het voorvoegsel ‘apo’ duidt op een wegtrekkende beweging van het oppervlak van een voorwerp. Het werkwoord wil dus zeggen dat je van een voorwerp wegkijkt en je aandacht op iets totaal anders vestigt. Er is maar één Bijbeltekst waar dit werkwoord gebruikt wordt. Dat is de volgende:
Hebreeën 12: 2 Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus,
11/ Optanomai
Nederlands: ‘Zien’. Dit is feitelijk de passieve, tegenwoordige tijdsvorm van het achtste woord (horao). Letterlijk kan je het omschrijven als verschijnen om gezien te worden. Ook dit woord komt slechts één keer in de Bijbel voor. Dat is de volgende tekst:
Handelingen 1: 3 veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.
12/ Theoreo
Nederlands: ‘Zien’. Dit is een heel langdurig staren als een toeschouwer naar een voorstelling. Vandaar dat het ons bekende woord ‘theater’ ook van dit werkwoord is afgeleid. Het is dus opnieuw het lichamelijk waarnemen met de ogen van een voorwerp, waarop de blik is vastgezet. Dit zien is een aldoor doorgaande en vastgezet staren. Het verschil met werkwoord nummer acht (horao) is dat nummer acht slechts een tijdelijke blik is. Er wordt even gekeken.
Een voorbeeld:
Markus 3: 11 de onreine geesten wierpen zich voor Hem neder, telkens als zij Hem zagen,
13/ Theomai
Nederlands: ‘Zien’. De betekenis van dit werkwoord loopt vrijwel parallel met het voorgaande woord (theoreo). Het verschil zit hem hierin dat nummer twaalf betrekking had op het voorwerp waarnaar gestaard werd, terwijl dit woord draait om de persoon die staart. Het is in dit woord dan ook een staren met een doel, er ligt een verlangen in dit woord.
Een voorbeeld:
Markus 16: 11 En toen zij hoorden, dat Hij leefde en door haar gezien was, geloofden zij het niet.
14/ Epeidon
Nederlands: ‘Zien op’. Dit is het allereerste woord (eidon) met het voorvoegsel ‘epi’, wat wil zeggen ‘van boven’ of ‘erop’.
Een voorbeeld:
Handelingen 4: 29 En nu dan, Here, zie op hun dreigingen,
15/ Epopteuo
Nederlands: ‘Zien’. Dit is het negende woord (Opsomai) met het voorvoegsel ‘epi’, wat wil zeggen ‘van boven’ of ‘erop’. Opnieuw draait het om het waarnemer zijn als een ooggetuige. Je overziet iets of iemand.
Een voorbeeld:
1 Petrus 2: 12 En houdt uw wandel eerlijk onder de heidenen; opdat in hetgeen zij kwalijk van u spreken, als van kwaaddoeners, zij uit de goede werken, die zij in u zien, God verheerlijken mogen in den dag der bezoeking.
16/ Katanoeo
Nederlands: ‘Bezien’. Dit is het waarnemen met de zintuigen, waarbij het draait om het voorwerp van observatie. Het wijst op de bewuste handeling van het verstand om het te bekijken. Het doorzien, oftewel het begrijpen, ligt niet zozeer in dit werkwoord.
Een voorbeeld:
Handelingen 7: 32 Mozes werd zeer bevende, en durfde het niet bezien.
17/ Parakupto
Nederlands: ‘Inzien’. Letterlijk is dit het voorover bukken om het nader te bekijken.
Een voorbeeld:
1 Petrus 1: 12 deze dingen, ……; in welke dingen de engelen begerig zijn in te zien.
18/ Prodokao
Nederlands: ‘Uitzien’ of ‘Verwachten’. Het draait er hier om dat men ergens naar uitziet. Men leeft met een hoop of een verwachting.
Een voorbeeld:
Lukas 8: 40 Toen Jezus terugkeerde, wachtte de schare Hem op, want zij zagen allen naar Hem uit.
19/ Epiblepo
Nederlands: ‘Omzien’. Dit is een samenstelling van woord nummer 5 (Blepo) en het voorvoegsel ‘epi’, dat ‘van boven’ of ‘erop’ betekent.
Een voorbeeld:
Lukas 1: 48 omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat zijner dienstmaagd.
20/ Episkeptomai
Nederlands: ‘Omzien’. Een gelijk soort betekenis als het vorige woord (nummer 19). Het verschil zit in ‘skeptomai’, waar ons Nederlands woord ‘sceptisch’ ook van afkomstig is. Het is dus een zeer nauwgezet kijken.
Een voorbeeld:
Lukas 1: 68 Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht,
21/ Atenizo
Nederlands: ‘Aanzien’ of ‘Aanstaren’. Hier gaat het erom dat de ogen ergens strak op gericht zijn en blijven.
Een voorbeeld:
Handelingen 3: 4 En Petrus zag hem scherp aan, met Johannes, en zei: Zie naar ons.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende