U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Gebruik Van 'Kurios' In Het Nieuwe Testament

Hoe wordt het woord ‘Kurios’ in het Nieuwe Testament gebruikt? We geven een overzicht en beginnen eerst bij de vier Evangeliën. De eerste vier punten komen uitsluitend uit de vier Evangeliën.

1/ Gebruikt voor Yahweh:

1a/ 1e deel. Met het lidwoord (ho Kurios). Als er uit het Oude Testament geciteerd wordt.
Mattheus 1: 22 hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft,
Mattheus 2: 15 opdat vervuld zou worden hetgeen
de Here door de profeet gesproken heeft,
Mattheus 5: 33 Gij zult uw eed niet breken, doch aan
de Here uw eden gestand doen.
Mattheus 22: 44
De Here heeft gezegd tot mijn Here:
Lukas 20: 42
De Here heeft gezegd tot mijn Here:

1a/ 2e deel. Met het lidwoord (ho Kurios). In andere verbanden.
Mattheus 9: 38 Bidt daarom de Heer van de oogst,
Markus 5: 19 bericht hun al wat
de Here in zijn ontferming u gedaan heeft.
Lukas 1: 6 Zij …leefden naar alle geboden en eisen
des Heren, onberispelijk.
Lukas 1: 9 dat hij door het lot werd aangewezen om de tempel
des Heren binnen te gaan.
Lukas 1: 15 Want hij zal groot zijn voor
de Here.
Lukas 1: 25 Aldus heeft
de Here aan mij gedaan.
Lukas 1: 28 Wees gegroet, gij begenadigde,
de Here is met u.
Lukas 1: 46 Mijn ziel maakt groot
de Here,
Lukas 2: 15 om te zien hetgeen geschied is en ons door
de Here is bekendgemaakt.
Lukas 2: 22 toen…..brachten zij Hem naar Jeruzalem om Hem
de Here voor te stellen,
Lukas 2: 23 Al het eerstgeborene van het mannelijke geslacht zal heilig heten voor
de Here,
Lukas 10: 2 Bidt daarom
de Heer van de oogst,

1b/ 1e deel. Zonder het lidwoord (Kurios). Als er uit het Oude Testament geciteerd wordt.
Mattheus 3: 3 Bereidt de weg des Heren, maakt recht zijn paden.
Mattheus 4: 7 Gij zult de
Here, uw God, niet verzoeken.
Mattheus 4: 10 De
Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen.
Mattheus 21: 9 gezegend Hij, die komt in de naam des
Heren;
Mattheus 21: 42 van de
Here is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
Mattheus 22: 37 Gij zult de
Here, uw God, liefhebben.
Mattheus 23: 39 Gezegend Hij, die komt in de naam des
Heren!
Mattheus 27: 10 gelijk de
Here mij had opgedragen.
Markus 1: 3 Bereidt de weg des
Heren,
Markus 11: 9 Gezegend Hij, die komt in de naam des
Heren;
Markus 12: 11 van de
Here is dit geschied,
Markus 12: 29 Hoor, Israel, de
Here, onze God, de Here is één,
Markus 12: 30 gij zult de
Here, uw God, liefhebben.
Markus 12: 36 De
Here heeft gezegd tot mijn Here:
Lukas 3: 4 Bereidt de weg des
Heren, maakt recht zijn paden.
Lukas 4: 8 Gij zult de
Here uw God, aanbidden en Hem alleen dienen.
Lukas 4: 12 Gij zult de
Here, uw God, niet verzoeken.
Lukas 4: 18 De Geest des
Heren is op Mij,
Lukas 4: 19 om te verkondigen het aangename jaar des
Heren.
Lukas 10: 27 Gij zult de
Here, uw God, liefhebben.
Lukas 13: 35 Gezegend Hij, die komt in de naam des
Heren!
Lukas 19: 38 Gezegend Hij, die komt, de Koning, in de naam des
Heren;
Lukas 20: 37 waar hij de
Here noemt de God van ……
Johannes 1: 23 Maakt recht de weg des
Heren,
Johannes 12: 13 Hosanna, gezegend Hij, die komt in de naam des
Heren!
Johannes 12: 38
Here, wie heeft geloofd, wat hij van ons hoorde? En aan wie is de arm des Heren geopenbaard?

1b/ 2e deel. Zonder het lidwoord (Kurios). In andere verbanden.
Te beginnen met onze eigen uitgangstekst.
Mattheus 1: 20 zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom.
Mattheus 1: 24 zoals de engel des
Heren hem bevolen had.
Mattheus 2: 13 zie, een engel des
Heren verschijnt Jozef in de droom.
Mattheus 2: 19 zie, een engel des
Heren verschijnt in de droom.
Mattheus 11: 25 Vader,
Heer des hemels en der aarde,
Mattheus 28: 2 een engel des
Heren daalde uit de hemel neder.
Markus 13: 20 En indien de
Here die dagen niet had ingekort,
Lukas 1: 11 En hem verscheen een engel des
Heren,
Lukas 1: 16 velen der kinderen Israëls zal hij bekeren tot de
Here, hun God.
Lukas 1: 17 ten einde voor de
Here een weltoegerust volk te bereiden.
Lukas 1: 32 de
Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven,
Lukas 1: 38 : Zie, de dienstmaagd des
Heren;
Lukas 1: 45 wat vanwege de
Here tot haar gezegd is, zal volbracht worden.
Lukas 1: 66 de hand des
Heren was met hem.
Lukas 1: 76 gij zult uitgaan voor het aangezicht des
Heren,
Lukas 2: 9 En opeens stond een engel des
Heren bij hen en de heerlijkheid des Heren omstraalde hen,
Lukas 2: 23 gelijk geschreven staat in de wet des
Heren:
Lukas 2: 24 hetgeen in de wet des
Heren gezegd is,
Lukas 2: 26 eer hij de Christus des
Heren gezien had.
Lukas 2: 39 wat volgens de wet des
Heren te doen was,
Lukas 5: 17 er was kracht des
Heren, zodat Hij kon genezen.
Lukas 10: 21 Vader,
Heer des hemels en der aarde,

2/ Gebruikt door Christus, sprekend over Zichzelf. (Nog steeds alleen de Evangeliën)

2a/ Christus over Zichzelf. Met het lidwoord (ho Kurios).
Mattheus 21: 3 de Here heeft ze nodig.
Mattheus 22: 44 De Here heeft gezegd tot mijn
Here:
Mattheus 24: 42 gij weet niet, op welke dag uw
Here komt.
Markus 11: 3
De Here heeft het nodig.
Lukas 19: 31
De Here heeft het nodig.
Lukas 20: 42 De Here heeft gezegd tot mijn
Here:
Johannes 13: 13 Gij noemt Mij Meester en
Here,
Johannes 13: 14 Indien nu Ik, uw
Here en Meester, u de voeten gewassen heb,

2b/ Christus over Zichzelf. Zonder het lidwoord (Kurios).
Mattheus 7: 21 Niet een ieder, die tot Mij zegt:
Here, Here,
Mattheus 7: 22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen:
Here, Here,
Mattheus 12: 8 de Zoon des mensen is
heer over de sabbat.
Mattheus 22: 43 Hoe kan David Hem dan door de Geest zijn
Here noemen,
Mattheus 22: 45 Indien David Hem dus
Here noemt,
Mattheus 25: 37
Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien?
Mattheus 25: 44
Here, wanneer hebben wij U hongerig gezien?
Markus 2: 28 Alzo is de Zoon des mensen
heer ook over de sabbat.
Markus 12: 37 David zelf noemt Hem
Here, en hoe kan Hij dan zijn zoon zijn?
Lukas 6: 5 De Zoon des mensen is
heer over de sabbat.
Lukas 6: 46 Wat noemt gij Mij
Here, Here, en doet niet wat Ik zeg?
Lukas 20: 44 David noemt Hem dus
Here; hoe kan Hij dan zijn zoon zijn?

3/ Anderen over Christus. (Nog steeds alleen de Evangeliën)
Mattheus 8: 2 Here, indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.
Mattheus 8: 6
Here, mijn knecht ligt thuis, verlamd, met hevige pijn.
Mattheus 8: 8
Here, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt,
Mattheus 8: 21
Here, sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven.
Mattheus 8: 25
Here, help ons, wij vergaan!
Mattheus 9: 28 Gelooft gij, dat Ik dit doen kan? Zij zeiden tot Hem: Ja,
Here.
Mattheus 14: 28 Petrus antwoordde Hem en zei:
Here,
Mattheus 14: 30 hij schreeuwde:
Here, red mij!
Mattheus 15: 22 Heb medelijden met mij,
Here, Zoon van David,
Mattheus 15: 25 zij kwam en viel voor Hem neer en zei:
Here, help mij!
Mattheus 15: 27 Zeker,
Here ook de honden eten immers van de kruimels,
Mattheus 16: 22 Dat verhoede God,
Here, dat zal U geenszins overkomen!
Mattheus 17: 4 Petrus antwoordde en zei tot Jezus:
Here, het is goed, dat wij hier zijn;
Mattheus 17: 15
Here, heb medelijden met mijn zoon,
Mattheus 18: 21 Toen kwam Petrus bij Hem en zei:
Here,
Mattheus 20: 30
Here, heb medelijden met ons, Zoon van David!
Mattheus 20: 31
Here, heb medelijden met ons, Zoon van David!
Mattheus 28: 6 komt, ziet de plaats, waar
Hij gelegen heeft.
Markus 7: 28 Doch zij antwoordde en zei tot Hem: Zeker,
Here,
Markus 9: 24 Ik geloof
(Heer), kom mijn ongeloof te hulp!
Lukas 1: 43 En waaraan heb ik dit te danken, dat de moeder mijns
Heren tot mij komt?
Lukas 2: 11 Christus, de
Here, in de stad van David.
Lukas 5: 8 Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens,
Here.
Lukas 5: 12
Here, indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.
Lukas 7: 6
Here, doe geen moeite, want ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt;
Lukas 9: 54
Here, wilt Gij, dat wij zeggen, dat vuur van de hemel zal nederdalen?
Lukas 9: 57
(Heer) Ik zal U volgen, waar Gij ook heengaat.
Lukas 9: 59
(Heer) Sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven.
Lukas 9: 61 En weer een ander zei: Ik zal U volgen,
Here,
Lukas 10: 17
Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam.
Lukas 10: 40
Here, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen?
Lukas 11: 1
Here, leer ons bidden, zoals ook Johannes zijn discipelen geleerd heeft.
Lukas 12: 41 En Petrus zei:
Heer,
Lukas 13: 23
Here, zijn het weinigen, die behouden worden?
Lukas 17: 37 En zij antwoordden en zeiden tot Hem: Waar,
Here?
Lukas 18: 41 Hij zei:
Here, dat ik ziende worde!
Lukas 19: 8 Zacheus ging staan en zei tot de
Here: Zie, de helft van mijn bezit, Here, geef ik de armen,
Lukas 19: 34 En zij zeiden: De
Here heeft het nodig.
Lukas 22: 33
Here, met U ben ik bereid ook gevangenis en dood in te gaan!
Lukas 22: 38 Zij zeiden:
Here, zie, hier zijn twee zwaarden!
Lukas 22: 49
Here, willen wij met het zwaard erop slaan?
Lukas 23: 42
(Heer) gedenk mijner, wanneer Gij in uw Koninkrijk komt.
Lukas 24: 34 De
Here is waarlijk opgewekt en is aan Simon verschenen.
Johannes 4: 11 Zij zei tot Hem:
Here, Gij hebt geen emmer.
Johannes 4: 15 De vrouw zei tot Hem:
Here, geef mij dit water,
Johannes 4: 19 De vrouw zei tot Hem:
Here, ik zie, dat Gij een profeet zijt.
Johannes 4: 49 De hoveling zei tot Hem:
Heer, kom af, eer mijn kind sterft.
Johannes 5: 7 De zieke antwoordde Hem:
Here, ik heb geen mens.
Johannes 6: 34 Zij zeiden dan tot Hem:
Here, geef ons altijd dit brood.
Johannes 6: 68 Simon Petrus antwoordde Hem:
Here, tot wie zullen wij heengaan?
Johannes 8: 11 En zij zei: Niemand,
Here.
Johannes 9: 36 wie is Hij,
Here, dat ik in Hem moge geloven?
Johannes 9: 38 Hij zei: Ik geloof,
Here,
Johannes 11: 3
Here, zie, die Gij liefhebt, is ziek.
Johannes 11: 12
Here, als hij slaapt, zal hij herstellen.
Johannes 11: 21
Here, indien gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn.
Johannes 11: 27 Zij zei tot Hem: Ja,
Here, ik heb geloofd,
Johannes 11: 32
Here, indien Gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn.
Johannes 11: 34 Zij zeiden tot Hem:
Here, kom en zie.
Johannes 11: 39 Here, er is reeds een lijklucht, want het is al de vierde dag.
Johannes 13: 6
Here, wilt Gij mij de voeten wassen?
Johannes 13: 9
Here, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd!
Johannes 13: 25 Deze …. zei tot Hem:
Here, wie is het?
Johannes 13: 36 Simon Petrus zei tot Hem:
Here, waar gaat Gij heen?
Johannes 13: 37 Petrus zei tot Hem:
Here, waarom kan ik U thans niet volgen?
Johannes 14: 5
Here, wij weten niet, waar Gij heengaat; hoe weten wij dan de weg?
Johannes 14: 8
Here, toon ons de Vader en het is ons genoeg.
Johannes 14: 22
Here, en hoe komt het, dat Gij Uzelf aan ons zult openbaren?
Johannes 20: 2 Zij hebben de
Here weggenomen uit het graf.
Johannes 20: 13 Omdat zij mijn
Here weggenomen hebben.
Johannes 20: 15 Zij ….. zei tot Hem:
Heer, als gij Hem weggedragen hebt,
Johannes 20: 18 Maria van Magdala …. boodschapte …dat zij de
Here had gezien.
Johannes 20: 20 De discipelen dan waren verblijd, toen zij de
Here zagen.
Johannes 20: 25 De andere discipelen dan zeiden tot hem: Wij hebben de
Here gezien!
Johannes 20: 28 Tomas antwoordde en zei tot Hem: Mijn
Here en mijn God!
Johannes 21: 7 Die discipel …. zei tot Petrus: Het is de
Here. Simon Petrus dan, toen hij hoorde, dat het de Here was,
Johannes 21: 15 Ja
Here, Gij weet, dat ik U liefheb.
Johannes 21: 16 Ja
Here, Gij weet het, dat ik U liefheb.
Johannes 21: 17
Here, Gij weet alles, Gij weet, dat ik U liefheb.
Johannes 21: 20
Here, wie is het die U verraadt?
Johannes 21: 21
Here, maar wat zal met deze gebeuren?

4/ Gebruikt voor andere personen dan Christus. (Nog steeds alleen de Evangeliën)
De nadruk ligt hier op het eigendomsrecht. Vandaar de kwestie van superioriteit.
Mattheus 6: 24 Niemand kan twee heren dienen,
Mattheus 10: 24 Een discipel staat niet boven zijn meester, of een slaaf boven zijn
heer.
Mattheus 10: 25 Het is genoeg voor de discipel te worden als zijn meester, en voor de slaaf als zijn
heer.
Mattheus 13: 27
Heer, hebt gij niet goed zaad in uw akker gezaaid?
Mattheus 15: 27 ook de honden eten immers van de kruimels, die van de tafel van hun
meesters vallen.
Mattheus 18: 25 Omdat hij niet bij machte was te betalen, beval zijn
heer hem te verkopen,
Mattheus 18: 26
(Heer) Heb geduld met mij en ik zal u alles betalen.
Mattheus 18: 27 De
heer van die slaaf kreeg medelijden met hem.
Mattheus 18: 31 zijn medeslaven … gingen hun
heer al wat er gebeurd was, mededelen.
Mattheus 18: 32 Toen ontbood zijn
heer hem.
Mattheus 18: 34 En zijn
meester werd toornig en gaf hem in handen van de folteraars,
Mattheus 20: 8 Toen de avond viel, zei de
heer van de wijngaard tot zijn opzichter:
Mattheus 21: 40 Wanneer nu de
heer van de wijngaard komt, wat zal hij met die pachters doen?
Mattheus 24: 45 de trouwe en verstandige slaaf, die de
heer over zijn dienstvolk gesteld heeft.
Mattheus 24: 46 Zalig die slaaf, die zijn
heer bij zijn komst zo bezig zal vinden.
Mattheus 24: 48 Maar als die slaaf slecht was, en in zijn hart zou zeggen: Mijn
heer blijft uit,
Mattheus 24: 50 dan zal de
heer van die slaaf komen op een dag, dat hij het niet verwacht,
Mattheus 25: 11 Later kwamen ook de andere maagden en zeiden:
Heer, heer, doe ons open!
Mattheus 25: 18 hij, die het ene talent ontvangen had, …. verborg het geld van zijn
heer.
Mattheus 25: 19 En na lange tijd kwam de
heer van die slaven en hield afrekening met hen.
Mattheus 25: 20
Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd:
Mattheus 25: 21 Zijn
heer zei tot hem. Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf,
Mattheus 25: 21 ga in tot het feest van uw
heer.
Mattheus 25: 22
Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd;
Mattheus 25: 23 Zijn
heer zei tot hem: Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf,
Mattheus 25: 23 ga in tot het feest van uw
heer.
Mattheus 25: 24
Heer, ik wist van u, dat gij een hard mens zijt,
Mattheus 25: 26 zijn
heer antwoordde en zei tot hem: Gij slechte en luie slaaf,
Mattheus 27: 63 en zij zeiden:
Heer, wij hebben ons herinnerd,
Markus 12: 9 Wat zal de
heer van de wijngaard doen?
Markus 13: 35 Waakt dan, want gij weet niet, wanneer de
heer des huizes komen zal,
Lukas 12: 36 En gij, weest gelijk aan mensen, die op hun
heer wachten,
Lukas 12: 37 Zalig die slaven, die de
heer bij zijn komst wakende zal aantreffen.
Lukas 12: 42 Wie is dan de trouwe, de verstandige rentmeester, die de
heer over zijn bedienden zal stellen?
Lukas 12: 43 Zalig die slaaf, die zijn
heer bij zijn komst zo bezig zal vinden.
Lukas 12: 45 Maar als die slaaf in zijn hart zou zeggen: Mijn
heer blijft lang uit,
Lukas 12: 46 dan zal de
heer van die slaaf komen op een dag, dat hij het niet verwacht.
Lukas 12: 47 Die slaaf nu, die de wil van zijn
heer kende.
Lukas 13: 8 Hij antwoordde en zei tot hem:
Heer, laat hem nog dit jaar staan,
Lukas 13: 25
(Heer) Here, doe ons open,
Lukas 14: 21 En de slaaf kwam terug en berichtte zijn
heer deze dingen.
Lukas 14: 22 En de slaaf zei:
Heer, wat gij hebt opgedragen, is geschied.
Lukas 14: 23 En de
heer zei tot de slaaf: Ga.
Lukas 16: 3 mijn
heer ontneemt mij mijn rentmeesterschap.
Lukas 16: 5 En hij ontbood de schuldenaars van zijn
heer één voor één bij zich.
Lukas 16: 5 Hij zei tot de eerste: Hoeveel zijt gij mijn
heer schuldig?
Lukas 16: 8 En de
heer prees de onrechtvaardige rentmeester,
Lukas 16: 13 Geen slaaf kan twee
heren dienen,
Lukas 19: 16
Heer, uw pond heeft tien ponden winst gemaakt.
Lukas 19: 18 Uw pond,
heer, heeft vijf ponden opgebracht.
Lukas 19: 20 En de volgende kwam en zei:
Heer, hier is uw pond,
Lukas 19: 25 En zij zeiden tot hem:
Heer, hij heeft al tien ponden.
Lukas 19: 33 Toen zij het veulen losmaakten, zeiden
de eigenaars tot hen:
Lukas 20: 13 Toen zei de
heer van de wijngaard: Wat moet ik doen?
Lukas 20: 15 Wat zal dan de
heer van de wijngaard met hen doen?
Johannes 12: 21
Heer, wij zouden Jezus wel willen zien.
Johannes 13: 16 Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn
heer,
Johannes 15: 15 Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn
heer doet;
Johannes 15: 20 Een slaaf staat niet boven zijn
heer.

Dit waren de eerste vier punten. Tot nu toe zijn we uitsluitend in de vier Evangeliën gebleven. Punt 5 en 6 komen uit de resterende Bijbelboeken van het Nieuwe Testament.

5/ Het Griekse woord ‘Kurios’, wijzend op Yahweh.
De resterende Nieuw Testamentische boeken.

5a/ Yahweh/Kurios - Als er uit het Oude Testament geciteerd wordt.
Handelingen 2: 20 voordat de grote en doorluchtige dag des Heren komt.
Handelingen 2: 21 al wie de naam des
Heren aanroept, zal behouden worden.
Handelingen 2: 25 Want David zegt van Hem: Ik zag de
Here te allen tijde voor mij;
Handelingen 2: 34 De
Here heeft gezegd tot mijn Here: Zet U aan mijn rechterhand,
Handelingen 3: 22 De
Here God zal u een profeet doen opstaan uit uw broeders,
Handelingen 4: 26 de oversten zijn tezamen vergaderd tegen de
Here en tegen zijn Gezalfde.
Handelingen 7: 30 toen … verscheen hem …. een engel (van de
Heer) in de vlam van een brandende braamstruik.
Handelingen 7: 31 toen hij erheen ging …, kwam een stem des
Heren tot hem:
Handelingen 7: 33 En de
Here zei tot hem: Doe uw schoeisel van uw voeten,
Handelingen 7: 37 Een profeet gelijk mij zal
(de Heer) God u uit uw broeders doen opstaan.
Handelingen 7: 49 Wat voor huis zult gij Mij bouwen, zegt de
Here,
Handelingen 13: 47 Want zo heeft ons de
Here geboden:
Handelingen 15: 17 opdat het overige deel der mensen de
Here zoeke,
Romeinen 4: 8 Zalig de man, wiens zonde de
Here geenszins zal toerekenen.
Romeinen 9: 28 want wat Hij gesproken heeft, zal de
Here doen op de aarde,
Romeinen 9: 29 Indien de
Here Sebaot ons geen zaad overgelaten had,
Romeinen 10: 13 al wie de naam des
Heren aanroept, zal behouden worden.
Romeinen 10: 16 Jesaja zegt:
Here, wie heeft geloofd wat hij van ons hoorde?
Romeinen 11: 3
Here, uw profeten hebben zij gedood,
Romeinen 11: 34 Want: wie heeft de zin des
Heren gekend?
Romeinen 12: 19 Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de
Here.
Romeinen 14: 11 er staat geschreven: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de
Here:
Romeinen 15: 11 En verder: Looft, al gij heidenen, de
Here,
1 Corinthe 1: 31 gelijk geschreven staat: Wie roemt, roeme in de
Here.
1 Corinthe 2: 16 wie kent de zin des
Heren, dat hij Hem zou voorlichten?
1 Corinthe 3: 20 De
Here weet, dat de overleggingen der wijzen vruchteloos zijn.
1 Corinthe 10: 26 de aarde en haar volheid is des
Heren.
1 Corinthe 14: 21 toch zullen zij naar Mij niet luisteren, zegt de
Here.
2 Corinthe 6: 17 Daarom gaat weg uit hun midden, en scheidt u af, spreekt de
Here,
2 Corinthe 6: 18 gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, zegt de
Here, de Almachtige.
2 Corinthe 10: 17 Maar wie roemt, roeme in de
Here;
Hebreeën 1: 10 Gij,
Here, hebt in den beginne de aarde gegrondvest,
Hebreeën 7: 21 De
Here heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen:
Hebreeën 8: 8 er komen dagen, spreekt de
Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen,
Hebreeën 8: 9 Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de
Here.
Hebreeën 8: 10 dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de
Here:
Hebreeën 8: 11 een ieder zijn broeder leren, zeggende: Ken de
Here,
Hebreeën 10: 16 Dit is het verbond, waarmede Ik Mij aan hen verbinden zal na die dagen, zegt de
Here:
Hebreeën 10: 30 Ik zal het vergelden! (zegt de
Heer) En wederom: De Here zal zijn volk oordelen.
Hebreeën 12: 5 Mijn zoon, acht de tuchtiging des
Heren niet gering,
Hebreeën 12: 6 wie Hij liefheeft, tuchtigt de
Here,
Hebreeën 13: 6 De
Here is mij een helper,
1 Petrus 1: 25 maar het woord des
Heren blijft in der eeuwigheid.
1 Petrus 3: 12 de ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen,
1 Petrus 3: 12 het aangezicht des
Heren is tegen hen, die het kwade doen.

5b/ Yahweh/Kurios – In andere verbanden.
Handelingen 1: 24 Wijs Gij, Here, die aller harten kent, die ene aan,
Handelingen 2: 39 zovelen als de
Here, onze God, ertoe roepen zal.
Handelingen 2: 47 de
Here voegde dagelijks toe aan de kring, die behouden werden.
Handelingen 5: 9 Hoe hebt gij kunnen overeenkomen om de Geest des
Heren te verzoeken?
Handelingen 5: 19 een engel des
Heren opende des nachts de deuren van de gevangenis.
Handelingen 17: 24 De God, … die een
Heer is van hemel en aarde,
2 Corinthe 3: 16 telkens wanneer iemand zich tot de
Here bekeerd heeft,
2 Corinthe 10: 18 wie van de
Here een aanbeveling ontvangt, heeft de proef doorstaan.
Hebreeën 8: 2 de ware tabernakel, die de
Here opgericht heeft,
Hebreeën 12: 14 de heiliging, zonder welke niemand de
Here zal zien.
Jacobus 5: 4 het geroep ….. is doorgedrongen tot de oren van de
Here Sebaot.
Jacobus 5: 10 de profeten, die in de naam des
Heren hebben gesproken.
Jacobus 5: 11 het einde, dat de
Here deed volgen,
Jacobus 5: 11 Gij hebt gezien, dat de
Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming.
2 Petrus 2: 9 dan weet de
Here de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen.
2 Petrus 2: 11 terwijl engelen … bij de
Here geen smadelijk oordeel tegen deze inbrengen.
2 Petrus 3: 8 dat één dag bij de
Here is als duizend jaar.
2 Petrus 3: 9 De
Here talmt niet met de belofte,
2 Petrus 3: 10 de dag des
Heren zal komen als een dief.
2 Petrus 3: 15 houdt de lankmoedigheid van onze
Here voor zaligheid,
Judas 1: 5 ik wil u te binnen brengen … dat de
Here een volk uit het land Egypte verlost heeft,
Judas 1: 9 hij zei: De
Here straffe u!
Judas 1: 14 de
Here is gekomen met zijn heilige tienduizenden,
Openbaring 4: 8 Heilig, heilig, heilig is de
Here God, de Almachtige,
Openbaring 11: 15 Het koningschap over de wereld is gekomen aan onze
Here en aan zijn Gezalfde,
Openbaring 11: 17 Wij danken U,
Here God, Almachtige,
Openbaring 15: 3 Groot en wonderbaar zijn uw werken,
Here God, Almachtige;
Openbaring 15: 4 Wie zou niet vrezen,
Here, en uw naam niet verheerlijken?
Openbaring 16: 7 Ja,
Here God, Almachtige, uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.
Openbaring 18: 8 sterk is de
Here God, die haar geoordeeld heeft.
Openbaring 19: 6 de
Here, onze God, de Almachtige, heeft het koningschap aanvaard.
Openbaring 21: 22 de
Here God, de Almachtige, is haar tempel, en het Lam.
Openbaring 22: 5 de
Here God zal hen verlichten.
Openbaring 22: 6 de
Here, de God van de geesten der profeten, heeft Zijn engel gezonden,

6/ Het Griekse woord ‘Kurios’, wijzend op Christus.
Handelingen 2: 34 De Here heeft gesproken tot Mijn Here:
1 Corinthe 8: 6 één
Here, Jezus Christus, door wie alle dingen zijn, en wij door Hem.
2 Corinthe 3: 17 De
Here nu is de Geest; en waar de Geest des Heren is, is vrijheid.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende