U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Geordend Arrangement In Drietallen

Mattheus arrangeert gebeurtenissen en uitspraken in numerieke groepen van met name drie, maar ook vijf en zeven.

Hier komt als eerste een reeks groepen van drie:
1/ Er zijn drie verdelingen in het geslachtsregister.
Mattheus 1: 17 Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn [1] veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap [2] veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus [3] veertien geslachten.
2/ Er zijn drie boodschappen aan Jozef door engelen in dromen.
Mattheus 1: 20 Toen die overweging bij hem opkwam, zie, [1] een engel des Heren verscheen hem [Jozef] in de droom.
Mattheus 2: 13 Toen zij weggetrokken waren, zie,
[2] een engel des Heren verschijnt Jozef in de droom.
Mattheus 2: 19 Toen Herodes gestorven was, zie,
[3] een engel des Heren verschijnt in de droom aan Jozef in Egypte,
3/ Er zijn drie gebeurtenissen tijdens de kinderjaren van de Heer.
Mattheus 2: 1 Toen nu Jezus geboren was te Betlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, [1] wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem,
Mattheus 2: 14 Hij
[Jozef] stond op en hij nam in de nacht het kind en zijn moeder en [2] week uit naar Egypte,
Mattheus 2: 21 En hij
[Jozef] stond op en hij nam het kind en zijn moeder en [3] kwam in het land Israël.
4/ Er zijn drie verzoekingen in de woestijn.
Mattheus 4: 3 En de verzoeker kwam en zei tot Hem: [1] Indien U Gods Zoon bent, zeg dan, dat deze stenen broden worden.
Mattheus 4: 6 en zei tot Hem:
[2] Indien U Gods Zoon bent, werp Uzelf dan naar beneden;
Mattheus 4: 9 en zei tot Hem:
[3] Dit alles zal ik U geven, indien U Zich neerwerpt en mij aanbidt.
5/ De drievoudige omschrijving van het getuigenis van de Messias voor Zijn volk.
Mattheus 4: 23 En Hij trok rond in geheel Galilea en [1] leerde in hun synagogen en [2] verkondigde het evangelie van het Koninkrijk en [3] genas alle ziekte en alle kwaal onder het volk.
6/ Het drievoudig oordeel in de Bergrede.
Mattheus 5: 22 Maar Ik zeg u: Een ieder, die in toorn leeft tegen zijn broeder, zal vervallen aan [1] het gerecht. Wie tot zijn broeder zegt: Leeghoofd, zal vervallen aan [2] de Hoge Raad, en wie zegt: Dwaas, zal vervallen aan [3] de Gehenna.
7/ Er zijn drie maal drie zaligsprekingen. Dus negen zaligsprekingen.
8/ Een drievoudig ‘Uw’ in de Bergrede.
Mattheus 5: 16 Laat zo [1] uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij [2] uw goede werken zien en [3] uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken.
9/ Drie voorbeelden van gerechtigheid.
Mattheus 6: 1 – 2 Ziet toe, dat gij uw gerechtigheid niet doet voor de mensen, om door hen opgemerkt te worden; want dan hebt gij geen loon bij uw Vader, die in de hemelen is. [1] Wanneer gij dan aalmoezen geeft,
Mattheus 6: 5 En
[2] wanneer gij bidt,
Mattheus 6: 16 En
[3] wanneer gij vast,
10/ De drie gradaties in het gebed.
Mattheus 7: 7 [1] Bidt en u zal gegeven worden; [2] zoekt en gij zult vinden; [3] klopt en u zal opengedaan worden.
11/ Drie opdrachten van het Koninkrijk.
Mattheus 7: 7 [1] Bidt
Mattheus 7: 13
[2] Gaat in door de enge poort,
Mattheus 7: 15
[3] Wacht u voor de valse profeten,
12/ De drie tegenstellingen.
Mattheus 7: 13 Gaat in door [1] de enge poort, want [1] wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt,
Mattheus 7: 17 Zo brengt iedere
[2] goede boom goede vruchten voort, maar de [2] slechte boom brengt slechte vruchten voort.
Mattheus 7: 24 Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op
[3] een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots.
Mattheus 7: 26 En een ieder, die deze mijn woorden hoort en ze niet doet, zal gelijken op
[3] een dwaas man, die zijn huis bouwde op het zand.
13/ Het drievoudige ‘in Uw Naam’.
Mattheus 7: 22 Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet
[1] in uw naam geprofeteerd en [2] in uw naam boze geesten uitgedreven en [3] in uw naam vele krachten gedaan?
14/ Een reeks van drie wonderlijke genezingen.
Mattheus 8: 2 En zie, [1] een melaatse kwam tot Hem en viel voor Hem neder, zeggende: Here, indien Gij wilt, kunt Gij mij reinigen.
Mattheus 8: 5 – 6 Toen Hij nu Kafarnaum binnenging, kwam een hoofdman tot Hem met een bede, en zei: Here, mijn knecht ligt thuis,
[2] verlamd, met hevige pijn.
Mattheus 8: 14 – 15 En Jezus kwam in het huis van Petrus en zag diens schoonmoeder met
[3] koorts te bed liggen. En Hij vatte haar hand en de koorts verliet haar, en zij stond op en diende Hem.
15/ Een reeks van drie wonderen van macht.
Mattheus 8: 26 En Hij zei tot hen: Waarom zijn jullie bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op en [1] bestrafte de winden en de zee, en het werd volkomen stil.
Mattheus 8: 31 – 32 De boze geesten smeekten Hem en zeiden: Indien Gij ons uitdrijft, laat ons dan in de kudde zwijnen varen. En Hij zei tot hen:
[2] Gaat heen! Zij voeren uit en gingen in de zwijnen;
Mattheus 9: 2 En daar Jezus hun geloof zag, zei Hij tot de verlamde: Houd moed, mijn kind,
[3] uw zonden worden vergeven.
16/ Drie klachten aan het adres van de Heer.
Mattheus 9: 3 En zie, sommige der schriftgeleerden zeiden bij zichzelf: [1] Deze lastert God.
Mattheus 9: 11 En toen de Farizeeën dit zagen, zeiden zij tot zijn discipelen:
[2] Waarom eet uw meester met de tollenaars en zondaars?
Mattheus 9: 14 Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem en vroegen:
[3] Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw discipelen niet?
17/ Het drievoudig antwoord op een vraag over vasten.
Mattheus 9: 15 Jezus zei tot hen: [1] Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is?
Mattheus 9: 16 En
[2] niemand zet een niet–gekrompen lap op een oud kledingstuk;
Mattheus 9: 17
[3] Ook doet men jonge wijn niet in oude zakken;
18/ Het drievoudige ‘wees niet bevreesd’.
Mattheus 10: 26
[1] Vreest hen dan niet, want er is niets bedekt, of het zal geopenbaard worden en verborgen, of het zal bekend worden.
Mattheus 10: 28 En
[2] weest niet bevreesd voor hen, die wel het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden;
Mattheus 10: 31
[3] Weest dan niet bevreesd: gij gaat vele mussen te boven.
19/ Het drievoudig ‘Is Mij niet waardig’.
Mattheus 10: 37 – 38 Wie vader of moeder liefheeft boven Mij,
[1] is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, [2] is Mij niet waardig; en wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, [3] is Mij niet waardig.
20/ Het drievoudig ‘Wat zijn jullie gaan zien?’
Mattheus 11: 7 Terwijl dezen heengingen, begon Jezus tot de scharen te zeggen van Johannes:
[1] Wat zijn jullie in de woestijn gaan aanschouwen?
Mattheus 11: 8 Maar
[2] wat zijn jullie gaan zien? Een mens in weelderige kleding?
Mattheus 11: 9 Maar
[3] waarom zijn jullie dan gegaan? Om een profeet te zien?
21/ Drie steden die zich niet bekeerden.
Mattheus 11: 20 – 21 Toen begon Hij de steden, waarin de meeste krachten door Hem verricht waren te verwijten, dat zij zich niet bekeerd hadden: Wee u, [1] Chorazin, wee u, [2] Betsaida!
Mattheus 11: 23 En gij,
[3] Kafarnaum, zult gij tot de hemel verheven worden?
22/ Het drievoudige ‘te dien tijde’.
Mattheus 11: 25
[1] Te dien tijde hief Jezus aan.
Mattheus 12: 1
[2] Te dien tijde ging Jezus op de sabbat door de korenvelden.
Mattheus 14: 1
[3] In die tijd hoorde Herodes, de viervorst, wat van Jezus verteld werd,
23/ De drievoudige beschrijving van het volk Israël.
Mattheus 12: 44 Dan zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren; en als hij komt, vindt hij het [1] leegstaan en [2] geveegd en [3] op orde.
24/ Het drievoudige ‘Voorwaar’.
Mattheus 18: 3 en zei:
[1] Voorwaar, Ik zeg u,
Mattheus 18: 13 En gebeurt het, dat hij het vindt,
[2] voorwaar, Ik zeg u,
Mattheus 18: 18
[3] Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt,
25/ Drie uitspraken over één van deze kleinen.
Mattheus 18: 6 Maar een ieder, die [1] één dezer kleinen, die in Mij geloven, tot zonde verleidt, het zou beter voor hem zijn, dat een molensteen om zijn hals was gehangen en hij verzwolgen was in de diepte der zee.
Mattheus 18: 10 Ziet toe, dat gij niet
[2] één dezer kleinen veracht.
Mattheus 18: 14 Zo bestaat bij uw Vader, die in de hemelen is, de wil niet, dat
[3] één dezer kleinen verloren gaat.
26/ Drie onderscheiden soorten eunuchs.
Mattheus 19: 12 Er zijn immers [1] gesnedenen, die zo uit de moederschoot geboren zijn, en er zijn [2] gesnedenen, die door de mensen gesneden zijn, en er zijn [3] gesnedenen, die zichzelf gesneden hebben, ter wille van het Koninkrijk der hemelen.
27/ De drie vraagstellers.
Mattheus 22: 15 Toen gingen [1] de Farizeeën heen en beraadslaagden, hoe zij Hem in een strikvraag konden vangen.
Mattheus 22: 23 Op die dag kwamen enige
[2] Sadduceeën tot Hem, die beweren, dat er geen opstanding is, en zij ondervroegen Hem,
Mattheus 22: 35 en één van hen, een
[3] wetgeleerde, vroeg, om Hem te verzoeken:
28/ Drie mogelijkheden van liefdeblijk.
Mattheus 22: 37 Hij zei tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben [1] met geheel uw hart en [2] met geheel uw ziel en [3] met geheel uw verstand.
29/ Drie zaken die men zich niet op aarde kan laten noemen.
Mattheus 23: 8 – 10 Jullie zullen je [1] niet rabbi laten noemen; want één is je Meester en jullie zijn allen broeders. En jullie zullen op aarde [2] niemand je vader noemen, want één is je Vader, Hij, die in de hemelen is. Laat je ook [3] geen leidslieden noemen, want één is je Leidsman, de Christus.
30/ Drie duo’s waarbij men zweert.
Mattheus 23: 16 Wee u, blinde wegwijzers, die zegt: Heeft iemand bij [1] de tempel gezworen, dat betekent niets; maar heeft iemand bij [1] het goud van de tempel gezworen, dan is hij gebonden.
Mattheus 23: 18 En heeft iemand bij
[2] het altaar gezworen, dat betekent niets; maar heeft iemand bij [2] de gave, die daarop ligt, gezworen, dan is hij gebonden.
Mattheus 23: 22 En wie gezworen heeft bij
[3] de hemel, zweert bij [3] de troon Gods en bij Hem, die daarop gezeten is.
31/ Een negatief en een positief beoordeeld drietal.
Mattheus 23: 23 Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij geeft tienden van [1] de munt, [2] de dille en [3] de komijn en gij hebt het gewichtigste van de wet verwaarloosd: [1] het oordeel en [2] de barmhartigheid en [3] de trouw.
32/ Een drietal dat tot het volk Israël gezonden wordt.
Mattheus 23: 34 Daarom, zie, Ik zend tot u [1] profeten en [2] wijzen en [3] schriftgeleerden.
33/ Een drievoudige verwijzing naar bloed.
Mattheus 23: 35 opdat over u kome al het rechtvaardige [1] bloed, dat vergoten werd op de aarde van het [2] bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het [3] bloed van Zacharias, de zoon van Berekja, die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar.
34/ Drie verschillende maten waarin talenten uitgedeeld werden.
Mattheus 25: 15 En [1] de één gaf hij vijf talenten, [2] een ander twee, [3] een derde één,
35/ Drie gebeden in Gethsemané.
Mattheus 26: 39 En Hij [Christus] ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en [1] bad,
Mattheus 26: 42 Wederom, ten tweeden male, ging Hij heen en
[2] bad,
Mattheus 26: 44 En Hij liet hen daar en ging wederom heen en
[3] bad ten derden male,
36/ Drie verloocheningen door Petrus.
Mattheus 26: 69 – 70 Petrus zat buiten in de hof en er kwam een slavin naar hem toe, die zei: Ook gij waart bij Jezus, de Galileeër. Maar hij [1] loochende het ten aanhoren van allen en zei: Ik weet niet, wat gij zegt.
Mattheus 26: 71 – 72 Toen hij naar het portaal ging, zag een andere hem en zij zei tot hen, die daar waren: Die man was bij Jezus, de Nazoreeër. En wederom
[2] loochende hij het met een eed: Ik ken de mens niet.
Mattheus 26: 73 – 74 Even later kwamen zij, die daar stonden, naar Petrus toe en zeiden: Waarlijk, ook gij behoort tot hen, want ook uw uitspraak verraadt u. Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren:
[3] Ik ken de mens niet.
37/ De drie vragen van Pilatus.
Mattheus 27: 17 Daar zij nu toch bijeen waren, zei Pilatus tot hen: [1] Wie wilt gij, dat ik u zal loslaten, Barabbas of Jezus, die Christus genoemd wordt?
Mattheus 27: 22 Pilatus zei tot hen:
[2] Wat moet ik dan doen met Jezus, die Christus genoemd wordt?
Mattheus 27: 23 Hij zei:
[3] Wat heeft Hij dan toch voor kwaad gedaan?

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende