U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan

Christelijke Staar & Gehoorproblemen

Iedereen kent wel mensen in zijn of haar omgeving die slechter beginnen te zien. Het probleem bij die mensen is niet dat ze slechter zijn gaan zien. Het probleem zit hem erin dat ze dit niet willen erkennen. Ze doen alsof ze alles nog prima kunnen onderscheiden.

Hetzelfde heb je bij mensen die heel langzaamaan minder gaan horen. Als Machtelt en ik het wekelijks dagje wandelen, dan gebeurt het regelmatig dat ik de fietsers achterop niet heb gehoord. Ze hadden wel al een paar keer met hun bel gerinkeld, maar mij was het ontgaan. Machtelt probeert me al een tijdje naar zo’n gehoortest te krijgen met die piepjes. Maar ergens zit ik toch nog altijd in die welbekende ontkenningsfase.

Wil je nou echt een goed plaatje van hoe een kenmerkend vroom godsdienstig wettisch gelovige in elkaar steekt, dan heb je met zo’n opkomend gehoor- of staarpatiënt het uitstekende voorbeeld te pakken. Om toch maar de goede indruk te wekken dat ze alles nog prima horen of zien, schreeuwen ze des te harder over het geweldige onderscheid dat ze bij zichzelf en anderen waarnemen.

Ze weten het wel te brengen. Ze zien dit wat fout is. Ze zien dat wat beter zou kunnen. Ze zijn trots op de geweldige prestaties, die ze bij zichzelf waarnemen of ze vallen juist in een diep emotioneel gat over de missers die ze onderscheiden. Ze merken echter niet dat naarmate de tijd verstrijkt het zicht op hun grote Minnaar en de rijke genade die Hij voor een ieder heeft steeds verder afneemt.

Eens zagen ze Zijn heerlijkheid in al zijn glorie zo helder stralen. Ze hoorden helder Zijn wondere stem. Hij was het die hun leven leidde. Hij was het die hun leven vormde. Nu is het zicht vervaagd en het geluid van Zijn stem weggevallen en wat eerst Zijn genade als vanzelfsprekend in hen uitwerkte is nu een verplicht nummer van hun godsdienstige plicht geworden. De levende Christus is ingeruild voor eigen prestatie.

Ze lezen nog altijd de Bijbel, maar de Bijbel leest hen niet meer. Ze zeggen nog altijd hun gebeden, maar ze bidden niet meer. Ze kijken en luisteren, maar ze zien en horen niet meer. Met alle plezier vertellen ze anderen hoe ze moeten wandelen, maar zelf zien ze niet meer waar ze wandelen.
Mattheus 15: 14 Laat hen gaan, blinden zijn zij, die blinden leiden. Indien een blinde een blinde leidt, zullen zij beiden in een put vallen.

De bron van wettisch gedrag is niet de liefde van Christus.
2 Corinthe 5:14 De liefde van Christus dringt ons,
De bron van wettisch gedrag is dode, godsdienstige plicht. Ze denken daarmee God een zekere soort van plezier te doen. Gods plezier ligt echter helemaal niet in goed gedrag.
Hebreeën 11:5-6 Door het geloof is Henoch weggenomen ……. van hem wordt getuigd dat hij God een plezier deed. Zonder geloof is het onmogelijk om God een plezier te doen.

Zij die lijden aan wettische staar of gehoorproblemen laten zich helemaal meeslepen in formaliteiten van godsdienstige regeltjes die zij essentieel voor het christelijk geloof achten. Ze zijn volslagen het zicht op het vanzelfsprekende leven uit genade kwijt. Hun gehoor is daarvoor afgesloten en het zicht daarop is hen ontnomen. Kleine verschillen op ethisch vlak vormen voor hen echter een stevige aanleiding tot discussie. Wie ze essentieel missen is Christus!

Aha, denk je, daar val ik dus buiten. Ik ben christen, dus van mij kan je niet zeggen dat ik Christus mis. Inderdaad, jij mist Christus niet. Hij is jouw leven! En toch kan jij die wettisch godsdienstige persoon zijn, die totaal het zicht op de Heer en het horen van Zijn stem kwijt is. Een christen kan nou juist zo’n kenmerkend wettisch mens zijn. Dat toont de brief aan de Galaten wel aan.

Paulus schreef hen deze brief niet omdat hij bang was dat ze de redding uit 'genade alleen' niet zouden begrijpen. Hij wist zelf maar al te goed dat zij uit genade gered waren. Dat erkende hij ook! Over hun eigen redding op grond van genade konden deze gelovigen in Galaten dus ook niet in de war zijn. Het probleem van de Galaten was dat zij als gelovigen last van staar hadden en ruis in de oren kregen! Ze dachten dat hun goede christenleven nu afhing van hun eigen prestaties! Hun overgave! Hun toewijding! Hun keuzes! Hun beslissingen! Hun heiliging!

De Galaten waren gelovigen in Christus Jezus die zicht- en gehoorproblemen hadden. Ze hadden niet meer het volle zicht op de levende en opgestane Heer als hun leven. Ze hadden geen oor meer voor de genade, die het werk van God in hen uitwerkt. Zij misten Christus!

Verlang je weer naar een volledig zicht? Zou je graag die ruis van eigen werk in je gehoor kwijt zijn?
Romeinen 7: 25 God zij dank [Genade] door Jezus Christus, onze Here!
Het zicht op die verbazingwekkende genade is gelijk weer 100 %.
Voor nog zo'n knipoogje over dit onderwerp click hier

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende